snottebel by the S man
Een nieuw nichtje erbij … dat vroeg om gevierd te worden!
We besloten om onze uitbundige stemming naar een cafe te verhuizen en daar op Loesje te toosten. We zaten aan onze tweede caipiriña (uitzonderlijke gelegenheden vragen voor uitzonderlijke drankjes) toen er een andere “gringo” het cafe binnen kwam lopen.
Lang haar in een staartje, campesino-hoed op, geruit hemd, … op een of andere manier had ik een voorgevoel dat we de avond samen zouden doorbrengen. Hij zette zich op een barkruk een paar meter verder en haalde een grote zak met coca-bladeren boven. Ik vond het hele beeld wel grappig en kon een glimlach moeilijk bedwingen. Hij wilde wel weten waarom ik aan het glimlachen was, waardoor de rest van de avond een bevestiging van mijn voorgevoel werd.
Zijn naam was Hans, een Fries, die zijn “platte” land enkele jaren geleden had ingeruild voor de “altiplano”. Zoals het de Boliviaanse beleefdheid betaamt, kregen we dadelijk een vistitekaartje in de handen gedrukt waarop te lezen stond dat Hans Zandvliet, “civil ingeniero” is.
Hij vertelt ons over zijn werk en specifiek over een drinkwaterproject in Alto Kalacachi, een dorpje van de Aymara-indianen op de Altiplano. Water vinden, waterputten graven, een waterleidingnetwerk aanleggen, … er ging weer een nieuwe wereld voor ons open.
Over twee weken zou Hans naar het dorp reizen om een laatste inspectieronde uit te voeren, het drinkwaterproject loopt immers dit jaar af. We raken meer en meer geïnteresseerd om dit met onze eigen ogen te mogen zien en vragen of we eventueel niet mee kunnen reizen naar het dorp. Hans wil echter geen “dierentuin-toeristen” meenemen naar zijn werk en stelt als voorwaarde dat we dan ook wat moeten toevoegen aan het reisje.
Enkele jaren geleden had hij een koppel, sociologen, meegenomen naar een dorp en die hadden het dorp geanimeerd met een (politiek) poppentheater. We hebben wel wat theatrale kwaliteiten, maar om met een Jan Klaasen op je hand een theaterstukje op te voeren … nee … niets voor ons.
We stelden voor om een filmpje te maken van het project. Op die manier kon hij aan zijn Nederlandse donateurs laten zien waar hun geld naartoe is gegaan en voor het dorp was het ook wel fijn om wat beeldmateriaal te hebben.
Na meermaals op Loesje getoost te hebben die avond besluiten we elkaar over twee weken weer in La Paz te zien.
Op 18 juli, om 05.30u ´s ochtends, staan we met slaapzak in de hand in het appartement van Hans. Omdat Hans zelf geen auto heeft, moeten we eerst naar een vriend van hem, wiens pick-up we mogen lenen. Richard, een collega van Hans, zal ons ook vergezellen. Omdat we onmogelijk met 4 vooraan in de pick-up kunnen, moet Stijn, in de vroegkou, in twee slaapzakken gewikkeld, achteraan in de bak.
Terwijl we de kleine gemeenschap twee uur later binnenrijden worden we verscheidene maal tegengehouden door campesinos die willen weten of wij de dierenartsen zijn die hun koeien vandaag komen vaccineren. Vandaag waren de koeien belangrijker dan de ingenieurs die hun putten en kranen kwamen controleren!
De inspectieronde bestond uit twee delen. Enerzijds heeft Hans een drinkwaterleidingnetwerk aangelegd van 5 km, daar waar de mensen dichter bij elkaar wonen. Anderzijds heeft hij in het deel waar de huizen verder verspreid staan en het water niet vanzelfsprekend is, 29 waterputten aangelegd.
Hans had ons vooraf gewaarschuwd dat het vooral een zware trekking zou worden. Alto Kalacachi ligt op 4200m hoogte en betekent letterlijk “scherpe stenen”, ´s nachts kan het afkoelen tot -10 graden en de inspectieronde betekende vooral veel wandelen.
De eerste dag gingen we alle huisjes met hun kraantjes en drinktrog na. Omdat het zo koud is op de altiplano, waren heel wat kraantje stuk gevroren. De mensen ontvingen de “ingenieros” (ook wij bleken plots ingenieurs te zijn) met veel warmte, het was immers Hans die hen drinkbaar water had verschaft! Voorheen moesten ze hun water uit de rivier nemen, wat vaak troebel en vuil was. De drinktrog die Hans voor hun dieren had ontworpen vonden ze echter zo mooi dat ze dit onmogelijk voor hun dieren konden gebruiken! De meeste campesinos gebruikten hun drinktrog dan ook als wasbak voorzichzelf en de kleren.
Nadat we alle kraantjes, leidingen en ook al een deel van de putten hadden gecontroleerd, keerden we richting onze slaapplaats. Emilio, de voorzitter van het “Watercomitee”, stelde twee bedden ter beschikking voor de ingenieros, maar voor we moe ons bed in kropen, besloten we nog een pintje te drinken.
Een cafe is er in het kleine dorpje niet te vinden, maar een lieve “casera” stelt de ruimte van haar winkeltje ter beschikking om aan een tafeltje een pint te drinken.
Terwijl we samen met Hans en Richard de dag evolueren, komen er drie mannen in plastic laarzen de winkel binnengestapt: los Veterinarios, de dierenartsen!
Om 19.00u ´s avonds, 10 uur later dan de campesinos hen hadden verwacht, zijn de dierenartsen aangekomen in het dorp, ze waren zonder benzine gevallen… maar hier op de altiplano wordt er niet moeilijk gedaan over te laat komen, veel te laat komen, dagen te laat komen, … er wordt gewoon een pintje gedronken!
Bij ons aan tafel zit er ook nog een man van het gemeentebestuur. “De stier kan nu bij de horens” gevat worden om een nieuwe afspraak te maken… maar euh .. morgen kan niet, .. en eigenlijk… kan het tot eind augustus niet want tot die tijd zijn er feesten! En feesten in Bolivië betekent nu eenmaal dat er veel dronkemannen zijn!
De man van het gemeentebestuur betaalt ons ook nog een rondje (de leden van de gemeenteraad worden elk jaar verkozen, dus dan kan je beter wat investeren in je toekomst
), waarna we richting Emilio´s huis vertrekken.
We slapen met z´n tienen , verdeeld over 4 bedden, in dezelfde kamer, in een adobehuisje, warm ingepakt in de dekens die we van Emilio kregen. De volgende dag worden we al vroeg wakker, de tweede inspectieronde, die van de putten, staat ons nog te wachten. Nadat we een lekker ontbijt kregen, op een houtvuurtje klaargemaakt, vervolgen we onze ronde.
Uiteindelijk blijken 6 van de 29 putten droog te staan. De putten die wel water bevatten, zijn echter ook niet om naar huis te schrijven, een gemiddelde van 70 cm tot 1,60cm, met nog twee maanden droge seizoen voor de boeg. De ingenieurs, net als de campesinos, hadden liever een gemiddelde van 2 meter gehad. Toch mag men al bij al niet ontevreden zijn in een streek waar zo weinig en moeilijk water te vinden is en zoals Emilio het zei: “de ingenieur is God niet”.
Het was voor ons een leerrijke ervaring, op vele vlakken.
We hebben wat bijgeleerd over waterputten, hoe kostbaar water is, hoe het leven in een dorpje op de altiplano is, hoe het leven voor een “extranjero in Bolivia” er een beetje uitziet, …
Het filmpje is, na twee weken, eindelijk helemaal klaar, maar we kunnen het jullie nog niet laten zien dat komt nog …ook in het maken van filmpjes hebben we heel wat bijgeleerd
Als afsluiter nog enkele cijfertjes:
Eén meter water in een put in Alto Kalacachi betekent 700 liter.
Per persoon, per dag verbruikt een “gemiddelde” Belg/Nederlander 120 liter water (waarvan we ongeveer 10 liter gebruiken voor drinken en eten).
Op de Altiplano verbruikt men ongeveer 30 tot 50 liter per dag per persoon.
Per persoon per dag verbruikt een Japanner of Noord-Amerikaan 350 liter. De Europeaan volgt op de tweede plaats met een dagelijks verbruik van 200 liter.
Voor het produceren van 1 glas melk van 200 ml is 200 liter water nodig, voor het produceren van 1 snee brood van 30 gram is 40 liter water nodig, 1 ei van 40 gram vraagt 135 liter water.
Voor eén hamburger van 150 gram is 2400 liter water nodig.